De zes lagen
In de jaren 1970 zijn de belangrijkste beken in Nederland 'gekanaliseerd'. Dat wil zeggen dat hun lopen zijn rechtgetrokken en in betonnen en/of met keien beklede bakken zijn gelegd. Doel was enerzijds om het water zo snel mogelijk af te voeren en anderzijds om erosie in te dammen. De aanpalende oevers en weilanden waren immers in privé bezit. Schade werd vaak op de waterschappen verhaald. Om gevaar voor derden uit te bannen, werden de beken en hun oevers veelal afgesloten voor publiek.
Nu de waterlopen moeten worden verlengd, heeft dat gevolgen voor de oevers en het aanpalende gebied. Daarbij heeft Leon Frederix als directeur van het Kenniscentrum Beekdalen een visie en strategie ontwikkeld die ertoe leidt dat alle ontwikkelmogelijkheden van de beken integraal worden benut. Dit heeft geleid tot een zeslagenmodel.
![]() |
Uitgangspunt is dat de meandering van de beken tot een natuurlijke, ongedwongen loop van het water (laag 1) leidt. Erosie in de vorm van het afkalven van de oevers mag tot op zekere hoogte. Dat leidt automatisch tot een verruwing van die oevers (laag 2) en daarmee van de vegetatie. |
Hierdoor ontstaat een natuurlijke verrijking van flora en fauna. Het water en de oevers oefenen aantrekkingskracht op de mens uit, die in toenemende mate behoefte heeft aan mogelijkheden tot recreatie (laag 3). Dit is wat onze oosterburen treffend omschrijven met 'Naherholung'.
Deze wordt mogelijk gemaakt door langs de beken wandel-, fiets- en ruiterpaden aan te leggen. De oevers moeten worden onderhouden, werk dat aan boeren in het gebied wordt 'uitbesteed'. Zij krijgen hiervoor betaald, waarmee ze hun bestaansmogelijkheden verbreden.
| Tevens kunnen zij de 'homo recreandus' ofwel de recreërende mens op hun erf langs de beek versnaperingen en streekproducten aanbieden. Dat geldt eens te meer voor de cafés, restaurants, pensions en hotels die in de nabijheid van de beken aanwezig zijn, dan wel worden gevestigd. | ![]() |
Het werk aan de beken, de natuur en het realiseren van recreatieve en horeca-voorzieningen levert voor bedrijven omzet en dus werkgelegenheid op. Op die manier leiden de beken tot een substantiële economische 'spin off' (laag 4). Maar ook op het immateriële vlak leveren de beekdalenprojecten winst op. Zo wordt er nadrukkelijk naar gestreefd om de natuur en de historische context van en langs de beken te 'ontsluiten'. Daarmee kunnen informatie- en scholingsprogramma's voor de jeugd en volwassenen worden opgezet (laag 5). Het water, de natuur en de culturele context leiden tot een beleving van de beek als een samenhangend geheel (laag 6) In zijn totaliteit leidt dit tot een andere leefomgeving.



